Groene investeringen en EU duurzaamheidsbeleid

De Green Investment (Groen Investeren) Bijeenkomst in Den Haag: Geredigeerde notities en een voorstel tot klimaatactie

Of je nu al je leven lang vecht voor een beter milieu of dat je je meer zorgen maakt over de sociaaleconomische gevolgen, we zitten allemaal met vragen over wat er nu eigenlijk aan gedaan wordt en wat we moeten doen om de meest desastreuze gevolgen van klimaatverandering om te buigen. Daarom heeft DiEM25 Den Haag besloten een avond de koppen bij elkaar te steken over deze existentiële strijd, met de hulp van drie wel bewezen duurzaamheidsexperts.

Vooropgesteld werd in onze discussie dat de uitdaging die we ons gesteld zien niet alleen het beschermen van steden aan de kust tegen het stijgende zeeniveau betreft (hetgeen natuurlijk een lokale tragedie zou betekenen met een volksverhuizing tot gevolg), maar dat onze water- en voedselvoorraden ook riskeren ontregeld te worden. Bovendien is er sprake van toenemende geopolitieke spanningen.

Om het beestje bij de naam te noemen: Het is een puinhoop en onmiddellijke actie is cruciaal. Meer dan twee decennia geleden werd het UNFCCC milieuverdrag van 1992 getekend. Bedoeling was vanaf dat moment de uitdaging resoluut bij de hoorns te pakken. Ja, de Parijs klimaatovereenkomst is een positieve stap voorwaarts maar wat doen we nou echt om de 1.5 of 2°C doelstelling te halen? Hoe effectief zijn deze maatregelen en wat zouden we nog meer moeten doen?

Een recente studie door Ecofys en Circle Economy laat zien dat het huidige hernieuwbare energiebeleid we op een derde zitten van het doel van minder dan 1.5°C temperatuurstijging. De uitstoot zal wereldwijd tot 2030 nog met 15 miljard ton CO2-equivalenten per jaar verminderd moeten worden.

De vooruitzichten zijn niet erg positief. Er worden eisen gesteld, discussies gehouden, soms wordt wetgeving aangescherpt of juist beëindigd. Het obscene gebrek aan politieke wil om dit probleem snel aan te pakken, versterkt door een onopzettelijk zelfvoldane of verwarde achterban, neemt ons mee de afgrond in. We zullen nu naast de uitstoot vermindering ook moeten werken aan maatschappelijke aanpassingen aan klimaatverandering.

Op EU-niveau worden veel acties ondernomen, maar de fragmentatie van het beleid is zodanig dat het effectieve resultaten voorkomt. Soms wordt in het beleid afgeweken van het oorspronkelijke voorstel of is het beleid vanaf het begin al zwak. Dit heeft ons bijvoorbeeld het EU “cap and trade system”, het Emissions Trading Scheme (ETS) gebracht, dat ons opzadelt met betekenisloze discussies over hoe we een schandelijke CO2 prijs zouden moeten vaststellen op slechts 5 € / ton. Een aantal andere voorbeelden zijn de problemen met CO2-lekkage en dat we lidstaten de discretie geven om strategische industrieën te beschermen.

Het is tijd om te erkennen dat de EU-handel in emissierechten een tragisch mislukking is en dat we verder moeten gaan. Achteraf gezien zou het beter zijn geweest als er helemaal geen beleid zou zijn gemaakt, omdat de publieke en institutionele discussies nu verzand zijn in woorden over hoe het falend CO2-reductiebeleid opgelost zou moeten worden. In plaats daarvan zouden we ons bezig kunnen houden met het bedenken van een goed doordacht plan voor emissiereductie.

Ofschoon het ETS het gewonnen heeft van een CO2-belasting, moet echter ook opgemerkt worden dat het een positieve ontwikkeling is dat er een toenemende aantal klimaatgerelateerde beleidsmaatregelen bediscussieerd worden in de EU. Er wordt veel regelgeving geïmplementeerd ter ondersteuning van de vermindering van het verbruik, de beweging naar hernieuwbare energievoorziening en het ondersteunen van het hergebruik en recycling van grondstoffen. De aanpak van onze mondiale problemen wordt echter gecompliceerd door een gebrek aan coördinatie en harmonisatie van deze beleidsmaatregelen.

Wat dringend nodig is, is een coherent en gecoördineerd beleid. We kunnen onze inspanningen, geld en tijd niet investeren in het dupliceren van werk of beleid dat in conflict met elkaar kan zijn. Als we het beleid op passende wijze coördineren, dan zouden we het benodigde signaal van kracht en stabiliteit naar instellingen en bedrijven met verdubbelde effectiviteit uitzenden.

Binnen dit kader zijn meer uitgaven dringend nodig. De huidige niveaus van financiering van duurzaamheidsprojecten binnen de EU, voor zowel ontwikkeling als implementaties, lijken al substantieel te zijn. Het kapitaal is dus beschikbaar. Ten gevolge van het vermoeden van risico en lagere rendementen dan die in het verleden behaald werden, ontbreekt de interesse bij bedrijven in dit soort investeringen op de langere termijn en met impliciet tragere rendementen.

Gezien het huidige klimaat is het wellicht tijd dat bedrijven manieren vinden om tevreden te zijn met dit soort investeringen. Nieuwe manieren van zakendoen moet worden gemodelleerd voor deze economische omstandigheden. Het is essentieel dat ondernemingen weer gaan investeren en dat ze hun verwachtingen bijstellen ten aanzien van wat een aanvaardbaar risico en rendement op belegging inhoudt. Om dit te kunnen doen hebben ze ook een beleid nodig dat ondubbelzinnig, assertief en bevorderlijk is voor het creëren van het soort duurzame economie die we allemaal wensen. In dit opzicht moet het beleid niet alleen de weg wijzen die we moeten volgen, maar het moet ook duidelijk zijn over waarmee we moeten stoppen. Het loskomen van fossiele brandstoffen levert in dit opzicht verhitte discussies op. Onze consumptiepatronen zijn nog steeds een groot probleem dat nu pas door beleid op EU-schaal wordt aangepakt.

We moeten dit dringend doen en we moeten het goed doen. Dat betekent dat we specifiek moeten zijn wanneer we dit probleem aanpakken, niet alleen vanuit het oogpunt van subsidies, maar ook vanuit het perspectief van concurrentie in de markt. Deze discussie wordt echter vaak vertroebeld doordat partijen zich deze toe-eigenen. Een goed geïnformeerd publiek en een activistische gemeenschap zijn instrumenteel in dit doel, omdat dit bewustzijn cruciaal is voor de algemene discussie over klimaatverandering.

We moeten precies zijn en we moeten op twee fronten actief zijn. We beginnen met transitie-activisme, en dat betekent dat politici op de juiste momenten worden aangezet om beslissingen te nemen en ons beleid te ondersteunen. Bel hen, stuur ze e-mails, organiseer algemene vreedzame verstoringen van hun werk, en vraag hen te doen wat we willen dat ze doen. Het zal echter niet volstaan als alleen wij, de “bekeerden”, dit doen. De waarheid is dat de meerderheid van de mensen geen tijd, zin, en soms geen toegang heeft tot kennis om dezelfde standpunten in te nemen die wij als activisten innemen. Dus de tweede en even belangrijke actie is dat we het voor iedereen duidelijk moeten maken waarom ze zich zouden moeten inspannen, waarom ze de telefoon moeten pakken en met hun vertegenwoordigers moeten praten om hen te vragen een CO2-belasting te ondersteunen, of enig ander beleid of besluit.

Het is niet voldoende hen te vertellen dat het goed is voor het milieu, of dat het goed is voor de toekomst van hun kinderen. Onze voorstellen moeten hun belangen op de korte termijn aanspreken. Om mensen ernaar te laten handelen, moeten ze duidelijk en overtuigend zijn. Het beginpunt lijkt te zijn om hen te vragen samen met ons een wereldwijde CO2-belasting te eisen, waarbij andere soorten belastingen waarop zij minder invloed hebben, worden verlaagd.

Auteur: Franco Donati

Redacteur: Felix Bodea

Vertaling: Niki Best, Howard Spoelstra

Fotografie: Adina Dragnea

Video opname van de bijeenkomst: Omer Eilam

Voor de videofilm van de bijeenkomst en voor verdere informatie click hier.